#1 een samenwerking tussen hoofd, hart en handen

‘Een zaklamp?’ Yep. Ik wil een zaklamp en dat het lijkt alsof de zaklamp aan is en dan het licht laat schijnen op het universum. Nou eigenlijk moet dat dark matter voorstellen maar ik begrijp dat alles en niets moeilijk te vangen is. Na ongeveer een uur lang in trance luisterend naar het gezoem van het inktapparaat, pronkt er op de binnenkant van mijn onderarm een zaklamp en het universum. Een constante reminder om het licht te schijnen op alles wat belangrijk is. Om niet te vergeten dat niet alles zichtbaar is. Waar je je licht niet op schijnt daar tast je in het duister en blijf je je aan stoten. 

Daar waar je je licht op schijnt wordt zichtbaar en er opent zich een ongekende ruimte in tijd waarin een schat aan mogelijkheden verborgen ligt.

Een begin van een blogreeks is geboren.

Dit is het begin. 

Hoewel het de bedoeling was om vandaag vroeg op te staan en de wekker precies op de ingestelde tijd afging, besloot ik om – na een niet al te beste nacht – het opstaan met een uurtje te vertragen.

Het ontbijt bestond vandaag uit een paar rijstwafels met kipfilet en een glaasje jus waarvan een kwart op het vloerkleed terecht kwam door teveel tegelijk willen doen. De hond keek me aan en leek te zeggen dat ze dat al had zien aankomen. Even snuffelde ze aan de jus d’orange of het iets was wat ze zou willen oplikken. Het was niet naar haar zin geloof ik. Ze zette een paar passen bij me vandaan, draaide een paar keer in het rond om vervolgens met een plofje op de grond te gaan liggen slapen. Heerlijk niks doen. Iets waar ik de afgelopen tijd ook goed in ben. Zeg maar dat het mij gemakkelijk af gaat. Maar…

Wanneer iets gemakkelijk gaat is er weinig tot geen ruimte voor groei.

Dus besluit ik om in actie te komen en wandel ik naar de bibliotheek in het dorp. Voor me ligt het boek ‘ The subtle art of not giving a fuck’ wanneer een man, ik gok dat het de conciërge is, mij hard uit mijn concentratie rukt. Hij loopt door de hele bieb, zich van geen storende factor bewust, met aan zijn broekriem een grote bos klingelende sleutels. Ik kijk omhoog en probeer hem met mijn geërgerde blik te vangen zodat hij in de gaten heeft wat hij- als ineens het kwartje valt.

Ik observeer mijn reactie en in stilte dank ik de meneer, voor het lesje in veerkracht, geduld en wie weet wat nog meer.

Met twee boeken met een andere titel verlaat ik de bieb, stop ik onderweg bij de Aldi om het avondeten te kopen en wandel ik in het septemberzonnetje naar huis. Via een hoi naar mijn kapster, een man die schildert en een vrouw die hem ondersteunt en ik vermoed nog niet zo lang geleden aangeplante bomen, loop ik de route die ik ken. Ondertussen zie ik twee kinderen in pyjama en hun vader die bezig is met het stofzuigen van de matten in zijn auto. Eenmaal thuis aangekomen eet ik met smaak mijn twee meegebrachte croissants met jam op.

Ik geniet nog even na van de wind die kietelde in mijn nek en de zon die danste op mijn gezicht.

Als er in mijn hoofd stukjes tekst oppoppen die ik een uur eerder geleden las in de bieb laat ik er opnieuw, maar nu met mijn volledige aandacht, mijn licht op schijnen: ‘Eenmaal aangekomen aan de overkant neem je het vlot niet mee op je rug.’ Pin me niet vast op de exacte woorden. Een paar seconden, het lijken minuten, laat ik deze zin voorbij komen, ontleed ik het met alles wat ik weet en laat ik mijn aandacht rusten bij elke sensatie die ik opmerk in mijn lichaam. En dan volgt er niks. Geen gedachten, geen woorden, alleen een soort van -welk betekenis zal ik er aan geven- tevreden gevoel. Ja, ik voel me lichter. 

 

Niet het eind

,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *